De ligging van het Land van Maas en Waal tussen de twee grote rivieren heeft de geschiedenis van de streek bepaald. Het water was een vriend, maar ook een vijand. De rivieren zorgden voor vruchtbare grond op de oeverwallen, waren belangrijke infrastructuur en boden werkgelegenheid en recreatie. Maar de ligging tussen de twee rivieren leidde ook regelmatig tot desastreuze overstromingen, zoals in 1861 en 1926. De binnengebieden van het Land van Maas en Waal stonden soms de helft van het jaar onder water en waren ongeschikt voor landbouw. Dat leidde tot grote armoede in het gebied. Eerst met molens, later met gemalen en verbeteringen in de drainage, is geprobeerd om de waterhuishouding in de streek onder controle te krijgen. Maar is dat genoeg in tijden van extreem weer en klimaatverandering? Je ontdekt meer over dit onderwerp in deze tentoonstelling.