Aan de slag! Hoe men werkte in het Land van Maas en Waal

De beroepen die in het Land van Maas en Waal werden uitgeoefend, hingen nauw samen met het rivierlandschap. De vruchtbare oeverwallen waren geschikt voor akkerbouw en fruitteelt. De drassige komgronden in de polder leenden zich voor veeteelt en houtbouw in grienden. Mandenmakers gebruikten de wilgenloten uit de grienden voor hun manden, maar het hout werd ook ingezet om de dijken te verstevigen. De rietdekkers uit de streek gebruikten riet om daken mee te dekken. Op de waterrijke gronden werden eendenkooien aangelegd, die in de wintertijd een mooie bijverdienste opleverden voor de boer.

Niet alleen het land, maar ook de rivieren boden werkgelegenheid. Het Land van Maas en Waal kende veel steenfabrieken, waar de rivierklei werd verwerkt tot bakstenen en dakpannen. In de rivieren viste men op zoetwatervis, zoals zalm en paling. Het Land van Maas en Waal kende scheepswerven, touwslagers en later ook een bloeiende meubelindustrie. In deze tentoonstelling maak je kennis met de historische beroepen uit deze streek.